Info Panel
You are here:   Home  /  De Strijd van Maassluis  /  De strijd om de onafhankelijkheid  /  Maassluis onafhankelijk

Maassluis onafhankelijk

Op 16 mei 1614 maakte Maassluis zich los van Maasland. Maar waarom wilde Maassluis nu zo graag onafhankelijk zijn van Maasland? Het ging toch goed? De haven floreerde, de visserij ging goed, het plaatsje groeide alsmaar. Toch waren er ook frustraties. Zo betaalde Maeslandsluys (oude naam van Maassluis) wel belasting, maar had het dorp vrijwel geen invloed in de toenmalige gemeenteraad, het college van Schout en Zetters.

Misschien nog wel een groter probleem was het ontbreken van een eigen verloskundige, of vroedwijf zoals dat toen werd genoemd. En dan hebben we nog de vissers, die moesten elke keer naar Maasland als ze een officieel document op wilde laten stellen. Dat was te voet in die tijd al gauw een uur lopen. Vissers hadden daar helemaal geen zin in, want de getijden veranderen snel, net als de wind, daar moet je snel van kunnen profiteren. Daarom wilde een aantal vissers voortaan gebruik maken van de haven van Vlaardingen. Als er niets snel iets zou veranderen zouden de vissers deze haven als thuishaven gaan voeren. En dat zou een ramp voor de Maeslandsluyse economie zou zijn.

Er moest dus snel verandering in de situatie komen. Maar heel snel ging het niet. De twee raadsleden uit het vissersdorp hadden eigenlijk geen enkele macht. En toen was daar Johannes Fenacolius!

Je zou het misschien niet zeggen, maar in de Groote Kerk liggen de resten van misschien wel de belangrijkste man van Maassluis: Johannes Fenacolius. Hij kwam op je het juiste moment in actie en wist precies de benodigde mensen over te halen om te strijden voor zijn zaak: de onafhankelijkheid van Maassluis. Of hij dat zelf van te voren had kunnen bedenken is maar de vraag. Hij werd in 1577 geboren in Zevenhuizen. Studeerde godgeleerdheid in Leiden en werd predikant in ’t Woud. Vooralsnog zijn dat niet per se de papieren om onafhankelijkheidsstrijder te worden, zeker niet van Maassluis. Totdat hem werd gevraagd om predikant in het vissersdorpje te worden. Hij verliet zijn ambtswoning met zijn moestuin voor een woning in MaeslantSluys. Al snel wist hij zich te manifesteren in het dorp en zo werd hij een vaste waarde.

De twee machteloze afgevaardigden van Maeslantsluys zochten het inmiddels hogerop. Ze stuurden vele brieven naar het provinciaal bestuur. In onze tijd noemen we dit de gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, maar in de zeventiende eeuw luidde de naam: de Raden der Gecommitteerden van de Staten Holland en West-Friesland. In de brieven werd gevraagd om gelijkheid voor Maassluis ten opzicht van Maasland. Maasland werd om een spoedige reactie gevraagd, maar haastte zich niet. Argumenten om niet meer geld te geven hadden de boeren niet, ze schreven alleen dat het altijd al zo geweest was. De Sluizers voelden zich alles behalve serieus genomen.

Dan gebeurt er iets opvallends. In 1601 komen de Sluizers en de Maaslanders door tussenkomst van de Gecommitteerde Raden tot een voorlopig akkoord. Het College van de Visserij in Maassluis wordt erkend, over de school en vroedvrouwen worden afspraken gemaakt en Maassluis blijft belasting betalen. Tien jaar lang ging het goed. Maar na die tien jaar barst de bom pas echt. De Maassluizers voelen zich tweederangs burgers en weigeren op aandringen van de twee afgevaardigden om nog langer belasting aan Maasland te betalen. Eerst moest er duidelijkheid komen over hoeveel Maasland nu eigenlijk in Maassluis investeert. Niet alleen het geld was een probleem, ook de cultuur was enorm verschillend. Maaslanders waren boeren, die begrepen helemaal niets van de belangen die de vissers uit Maassluis hadden. De ambachtsheer van het grondgebied was jonkheer Jacob van Egmond-Keenenburg. Deze man begreep de vissers wel. In elk geval, hij kon er geld mee verdienen, en dan komen mensen soms nader tot elkaar. Van Egmond was een machtig man omdat hij verantwoordelijk was voor de lagere rechtspraak en stelde allerlei mensen aan op verschillende functies. Denk dan bijvoorbeeld aan bestuurders, ambtenaren en predikanten. Verder verpachte hij ook diensten als de veerpont, eendenkooien en streek hij een tiende van de winsten op van bijvoorbeeld de molen. Deze man zette zich in voor een separatie van Maassluis. Ook omdat hiermee wellicht een einde kon komen aan de conflicten tussen de twee dorpen.

Eerder had Schipluiden zich al losgemaakt van Maasland en Maasland wilde dat niet nog eens meemaken. Buurgemeente Delft schoot de Maaslanders te hulp en schreef het hoogste gerechtsorgaan aan, het Hof van Holland. Ze schreven dat de Maaslanders niet werden gehoord en bij de separatie van Schipluiden het Hof van Holland in het geheel gepasseerd werd.

Ondertussen stelde Jacob van Egmond in Maassluis een lokaal bestuur samen en liet hij de Gecommitteerde Raden weten dat hij de separatie goed vindt. De Raden wezen twee gedeputeerden aan die de boel moesten gaan lijmen, erg succesvol zou dat niet worden. Jacob van Egmond had de Zetters van Maasland namelijk uitgenodigd om eens in Den Haag te komen praten. Ondertussen forceerde Van Egmond samen met de Sluizers zijn wil. In Maassluis werd er al een rechtszitting gehouden. En dat schoot bij de Maaslanders in het verkeerde keelgat. De boeren zochten het ook hogerop, net als Delft, bij het Hof van Holland. Ze wezen erop dat het college van Schout en Schepenen in Maassluis niet wettelijk benoemd was en dus voor een straf in aanmerking kwam. De Schout en Schepenen kregen als snel een dagvaarding, ze moesten op 15 oktober 1612 aanwezig zijn in het Hof in Den Haag om hun gedrag te verdedigen. Maar ja, die vissers hadden helemaal geen kennis van dit soort zaken. En toen kwam ds. Fenacolius in beeld.

Fenacolius werd door Van Egmond gevraagd om bijstand te verlenen. En dat deed hij. Fenacolius wist precies waar de problemen zaten; in Delft. Hij reisde vele malen naar de belangrijke stad af om de bestuurders voor hem te winnen. Delft was namelijk niet alleen als Stad belangrijk, Delft had ook vertegenwoordigers in de Gecommitteerde Staten en de Staten van Holland. Op 4 maart 1614 leek het plan van Fenacolius te lukken, want Delft gaf toen toestemming tot separatie. Echter ging dit wel onder de strenge voorwaarde dat alleen het bebouwde gedeelte onder de jurisdictie van Schout en Schepenen zou vallen. Dat had Jacob van Egmond liever anders gezien, maar ja, liever iets dan niets moet hij gedacht hebben.
Er volgden drie besprekingen tussen Maasland, Maassluis en de Gecommitteerde Raden in Den Haag. Pas bij die laatste werd er resultaat bereikt, dankzij Fenacolius. Een overeenkomst werd getekend: De acte van Separatie. Met daaronder de handtekening van niemand minder dan raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.

Nu de afscheiding officieel was, moest er van alles geregeld worden op bestuurlijk gebied. Er moesten ineens veel dingen zelf gedaan worden. Het werd de jonge gemeente niet bepaald makkelijk gemaakt. De grens van jurisdictie van Maassluis was het laatste huis. Dat maakte het voor criminelen wel heel gemakkelijk om bijvoorbeeld te stelen.

Beeld: Johan van Oldenbarnevelt, via Wikimedia.

  1614  /  De strijd om de onafhankelijkheid, De Strijd van Maassluis  /  Last Updated april 9, 2014 by Bas Booister  /  Tags: , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *